Een taalgrens is al bij al een vrij stevige constructie. Dat, en een boel andere dingen, heeft het zopas verschenen boek ‘De taalgrens’ van Brigitte Raskin mij geleerd. Ik was toe aan een flinke opfrisbeurt van mijn aan slijtage lijdende kennis van de Belgische taalproblematiek. Op de koop toe heeft de lectuur mijn Vlaamse ‘identiteit’ enigszins opgebeurd.
Meer dan één taalgrens
Van oorsprong de Germaans-Romaanse taalgrens die al dwars door België liep toen de Romeinen hier nog de lakens uitdeelden, een grens die sindsdien redelijk standvastig is gebleken en eeuwenlang niet voor noemenswaardige problemen heeft gezorgd. Uit dat eeuwenlang moet je nu niet afleiden dat taalgrenzen het eeuwige leven zouden hebben. Lodewijk XIV bijvoorbeeld schoof ze in onze contreien met een paar veroveringsoorlogjes flink naar het noorden op, geen Vlaams meer in Atrecht of Kamerijk. Frans wordt vanaf dan, of zelfs al eerder, de dominante taal, de taal van de hogere kringen en de (would-be) chique, en zoals bekend worden deze door de mensen daaronder graag nageaapt.
Logisch dus dat in 1830 het ‘officiële’ België eentalig Frans is. En het is eigenlijk een klein wonder dat het Vlaams – eigenlijk een verzameling Vlaamse dialecten – niet langzaam is verpieterd. In het prille België waar iedereen met een beetje centen en status het Frans omarmde als de taal van ‘le progrès’ rekende men erop dat ‘le flamand’ wel vanzelf zou verdwijnen. Niet dus. Al bij de Zilveren Bruiloft van België (1855) richten Antwerpse flaminganten zich tot hun Vlaamse broeders en zusters in deze ironische bewoordingen: ‘Ha, weest Fransch! Verbastert U! Verbrandt uw geschiedenis. Verloochent uw voorgeslacht.’
De regionale taalgrens was als het ware ‘organisch’ gegroeid, daar hadden volksverhuizingen, oorlogen en vorstenhuizen over beschikt. Veel vileiner en noodlottiger voor Vlaanderen was de sociale taalgrens: die daar boven spraken Frans, die vanonder Vlaams, een grens niet op de grond maar in de hoofden van de mensen. Ik ben trouwens niet zo zeker dat die sociale grens al helemaal is afgebroken. In het dorp naast het mijne, Sint-Genesius-Rode, wordt aan de ene kant van de spoorlijn, in de rijhuizen van de dorpskern, meestal Nederlands gesproken, aan de andere kant, in de villawijken, Frans. Maar dat is natuurlijk een specifiek bijproduct van die lastige periferie rond Brussel, u weet wel, het Brussel van de olievlek.
We hebben de Franstaligen ook wel troeven in de hand gespeeld. De Walen waren zo slim (of zo dom, naar keuze) om al heel snel hun dialecten op te geven en het Frans als cultuurtaal over te nemen. De Vlaamse beweging zou in de 19de eeuw weliswaar voor het Nederlands kiezen, voor eenheid van spelling en schrijftaal met Nederland (zeer tegen de zin van katholieke taalparticularisten als Verriest en Gezelle). Maar voor de gesproken taal wilde dat niet echt lukken. En zo hadden/hebben we er nog een derde taalgrens: in het Noorden Nederlands, de cultuurtaal, in het Zuiden dialecten en een mand vol varianten van Stadhuisvlaams. Een taalgrens die dezer dagen very hot is met de discussie over Standaardnederlands en Tussentaal.
Rode draden
Door het boeiende verhaal van de taalgrens en de taalconflicten zoals Brigitte Raskin het heeft opgetekend loopt meer dan één rode draad. Ik som er een paar op.
Ten eerste: van bij het ontstaan van België zijn de Vlamingen, of beter gezegd de Vlaamsgezinden, boos over hun achterstelling. De tegenhanger in Wallonië is van een heel andere soort: de Walen zijn als de dood zo bang voor minorisering. En ze sleuren een complex mee over de tweetaligheid van de Vlaamse bovenlaag: als de katholieken in Vlaanderen het idee opperen van een algemene bestuurlijke tweetaligheid in heel België schieten de Walen in een kramp. Stel je voor dat die Frans sprekende Vlamingen hun kantoorbaantjes zouden inpikken! Maar een eeuw later – vandaag – zijn een aanzienlijk aantal Franstaligen wakker geschoten. Zie hun inmersie-scholen waar sommige vakken in het Nederlands worden gegeven, zie de toeloop van Franstalige kinderen naar Nederlandstalige scholen in Brussel en in de Rand. We kunnen beter gaan oppassen en zelf opnieuw goed Frans leren.
Ten tweede: als je ziet vanwaar we komen, toch een bewonderenswaardig emancipatieverhaal dat de Vlaamse Beweging heeft geschreven (afgezien van haar ‘bruine’ bladzijden!). Het valt op dat vroeg of laat de Vlamingen meestal hun slag thuis hebben gehaald, als ze maar lang genoeg aandrongen. Al was elke nieuwe buit er één met deuken en blutsen, die dan telkens weer de kiem vormden van nieuwe verzuchtingen. Van een unitaire staat naar een federale, van een federale naar een confederale (stadium waarin we nu zitten), van een confederale naar een … (vul maar in).
Ten derde: Vlamingen en Walen spreken niet enkel een andere taal, ze maken in meerderheid andere ideologische keuzes, ze denken verschillend over hoe hun samenleving moet worden ingericht. Zie de Koningskwestie, de Schoolstrijd, de Eenheidswet, en trek dat maar door tot vandaag. De gemiddelde Waal helt over naar centrum-links, de Vlaming naar centrum-rechts.
Ten slotte: de Vlaamse Beweging, de Vlaamsgezinden vallen altijd uit elkaar in twee groepen. De radicalen of maximalisten aan de ene kant; de, als puntje bij paaltje komt, Belgisch-loyalisten of minimalisten aan de andere. Het is boeiend om lezen hoe de christen-democraten altijd op eieren moeten lopen: te radicale eisen zouden de stutten onder het Belgische huis kunnen wegslaan; gedragen ze zich te slap, dan geeft dat wind in de zeilen van de radicalen (Volksunie toen, N-VA nu). Met de huidige machtsaanspraken van de N-VA kun je niet anders dan concluderen dat we op een kantelmoment zijn aanbeland in de communautaire geschiedenis van dit land.
Groene grens
Het is leuk als het onderwerp van een boek vlak voor jouw deur ligt. De schrijfster woont letterlijk óp de taalgrens. Aan haar kant van de straat, in Overijse, zie je bordjes met ‘Huis te koop’, aan de overkant, in het Waalse La Hulpe, zijn de huizen ‘À vendre’. Ikzelf, in het dorp ernaast, moet even een eindje fietsen. In vijf minuten ben ik bij een wat afgelegen huis, de asfaltweg verandert in een smal wandelpaadje, rondom akkerland, een partijtje maïs, bosschage. Een en al rust, enkel wat gedempt geluid in de verte van de werkzaamheden aan de GEN, het Gewestelijk Expres Net. Ik pluk braambessen, loop nog een eindje verder en kom bij een paaltje waarop een bordje is geschroefd “Chemin de Hoeilaart – sentier vicinal n° 28”. Ik sta aan de andere kant van de taalgrens, ik ben in Wallonië. Dit is een groene grens, zo verschillend van andere grenzen die ik zag, met prikkeldraad en wachttorens. Ik sta bij de Germaans-Romaanse taalgrens die hier al was ten tijde van de Romeinen. Ik pluk een Waalse braambes, ze smaakt gelijk, even zoet.
William van Laeken
(Brigitte Raskin, De taalgrens – of wat de Belgen zowel verbindt als verdeelt. Davidsfonds-uitgeverij.)






Heb vorige week een fietstocht gemaakt van Saint Hubert (prov lux) naar Scherpenheuvel.
Ik heb geen taalgrens gezien.
Alleen aan de naam van het dorp realiseerde ik dat ik Vlaanderen was. Heb geen twee culturen ervaren.
Ga volledig akkoord met uw opinie over immersie onderwijs in Wallonie.
Trouwens, het Nederlands van Rudy Demotte is beter dan het frans van Chris Peeters.
Onze zuiderburen (Walen én Fransen) kunnen er ook niet aan doen dat hun dialecten/streektalen (patois) werden verdrongen door het officiële Frans (is eigenlijk niets anders dan het Parijse dialect, bij wet opgelegd tijdens het Ancien Régime, waarbij het zelfs strafbaar was om in het openbaar de streektaal te gebruiken in Frankrijk). Trouwens tot niet zolang geleden was het Frans de lingua franca van de wereld, zelfs aan het Russisch en Nederlands hof werd Frans gesproken, en ook door Vlaamse bvb. notarissen, dokters enz…
Het heeft dus geen zin om in deze tijden nog te foeteren op de Franstaligen over de verfransing. Dat was een socio-economische kwestie, die meer en meer wordt gesupplanteerd door een overschakeling naar het (in onze contreiën meestal abominabel) Engels. Of dit een goede ontwikkeling is weet ik niet, het is en blijft toch beter om de taal van uw directe buren te kennen …
Wat de ‘nieuwe taalgrens’ tussen de Noordeljke en Zuidelijke Nederlanden betreft: het vooral Antwerps getint Vlaamse tussentaaltje vind ik bangelijk afschuwelijk, maar het vaak onverstaanbaar gemompel, doorspekt met modieus Engels, zoals vaak gehanteerd in Nederland is nog stukken erger, oppervlakkiger en ‘van plastiek gemaakt’.
Dag William,
Weeral genoten van je werkstuk. Daaruit concludeer ik opnieuw wat tijd verlies en geld verspilling het palaveren over die grens ons land en zijn bevolking reeds gekost heeft. Wij zullen – misschien gelukkig – niet meer meemaken wannneer in Europa overal Engels wordt gesproken.
Mooie synthese inderdaad. Wel is niet voldoende onderstreept welke (grote) opoffereingen vele Vlaamgsgezinden zich hebben moeten getroosten om te bereiken wat we al bereikt hebben (echt als het ware “uit de brand gesleurd”). Ik heb famlilie in Wallonië en kan bevestigen dat er de mentaliteit over alles en nog wat echt verschillend is. We leven wél in 2 landen.
Wat niet wegneemt dat we er alle baat bij hebben het Frans zo goed mogelijk aan te leren. Dat gaat achteruit. Dat is slecht.
Slecht ook is dat er in Vlaanderen een te grote neiging ontstaat naar (vele) vormen van tussentaal; zie maar wat er zoal op twitter uigekraamd wordt. Terug naar de kleuterklas ! Nog erger is de neiging om overmatig Engelse termen te gebruiken. Het wordt pest en cholera. Daardoor geven we de indruk dat het NL niet bij machte is iets mooi en juist te benoemen. Waarom zouden dan anderstaligen die tweederangstaal dan wel leren ? En klap op de vuurpeil : de Vlaamse overheid besteedt heel veel energie en geld om anderstaligen aaa te zetten onze taal te leren. En precies diezelfde overheid ondergraaft haar initiatieven door te pas en te onpas Engelse termen te gebruiken,. Pas deed Kris Peeters een oproep om hem “50 quick-win” ideeën te bezorgen. Voor enkele weken heette zijn fietstocht over de Galibier “Climbing for life”. Natuurlijk kàn dat NIET in het Nederlands; klimmen kan je blijkbaar alleen in het Engels. Zoals je beter kan zingen in het Engels; dan doe je mee aan “Sing for the climat”. Gemakzucht ? Gebrek aan creativiteit met de eigen taal ? Zeker en vast gebrek aan zelfrespect. En zovele messteken voor de standing van het Nederlands.
uit enkele reacties blijkt toch dat bepaalde mensen de realiteit blijven ontkennen. De taalgrens is er en ze representeerd meer dan enkel een grens van de gesproken taal. Splitsen die handel dus.
leuk artikel, je vraagt je af waarom het vlaams/de vlaming nog eigenlijk bestaat?
We zouden kunnen roepen dat hij taai en overzetbaar is’, maar ik denk dat het een beetje anders ligt.
Vlamingen zijn fundamenteel anders dan onze franstalige landgenoten en dus heeft de invloed van het Parijze frans nooit
dezelfd invloed gehad op Vlaanderen dan in Wallonie/Brussel.
Dat en wat andere dingen verklaart dat Vlaanderen nu is waar het is. En sinds 1830 heeft het zich maar in een richting ontwikkeld, stap per stap meer eigenheid en onafhankelijkheid.
Ik woon aan beide kanten van de taalgrens (lang verhaal) en ken beide mentaliteiten/taalgroepen zeer goed.
En wat me steeds opvalt is dat zelfs hooggeschoolde franstaligen niet weten dat er significant meer nederlandstaligen dan franstaligen zijn in dit land. In de politieke wereld weten ze dat wel, maar de franse pers / rtbf is daar heel stil over.
Dus dat punt over minorisering is zeker waar in het politieke landschap maar niet in de rest van de maatschappij.
In Atrecht of Kamerijk en omgeving is nooit Vlaams gesproken, hoor. Als er uberhaupt ooit een niet-verwaarloosbaar percentage van de bevolking Germaans is gesproken, dan lang voor er een Vlaanderen bestond. Rijsel heeft een Romaanse naam! Had liever Terwaan genoemd (maar dat is al een twijfelgeval), Béthune of Duinkerke.
Beste Berrnard,
De taalgrens representeert met een T.
Het is moeilijk een schriftelijke reactie te geven die te maken heeft met een mondeling taalprobleem: als trouw luisteraar van Radio1 valt me op dat in Vlaanderen nog sterker dan in Nederland de klemtoon op de eerste lettergreep wordt gelegd. “De fínanciële problemen, de mónetaire positie, een éuropese áángelegenheid , een ídeale siruatie” en ga zo maar door. Ik heb zelfs al eens een nieuwslezer gehoord die sprak over het “mínisterie van financiën”. Volgens mij ligt de oorsprong van deze verschuiving bij de turbo-taal van de reclamewereld. Natuurlijk is de taal een levend organisme dat aan verandering onderhevig is, maar als ik de indruk krijg dat we elkaar massaal napraten dan krijg ik daar een raar gevoel bij, in het licht van de recente geschiedenis en die van de 20e eeuw. Laat er wat het bestrijden van deze kwaal betreft geen ‘taalgrens’ ontstaan tussen Nederland en Vlaanderen.
Overigens heb ik zondagavond genoten van het vpro-programma “Het België van ….. Daan Duyvens.
Beste William,
uw opinie is zeer lezenswaardig.
Graag drie kanttekeningen:
1) er zijn binnen Vlaanderen vaak ernstiger, maar minder zichtbare verschillen dan tussen de taalgemeenschappen.
2) de huidige haute bourgeoisie spreekt Nederlands, en kijkt minachtend neer op ‘de kleine Belgskes’
3) indien de Vlaamse Beweging al begonnen is als sociale beweging… gaat het nu volledig de andere richting uit.
Gerard, ik vind het spijtig om het je mee te delen, maar die taalgrens tussen Nederland en Vlaanderen bestaat al decennia. Het Standaardnederlands sluit gewoon niet genoeg aan bij de Vlaamse dialecten. Wiens fout dat is, laat ik in het midden, maar het is een feit dat de Vlaming zich niet heeft aangepast aan die vreemde variant. Al is er wel een poging gedaan en waar dat ons naartoe heeft geleid, weten we allemaal: de tussentaal.
Wat die beginklemtoon betreft: het lijkt me eerder dat het de Nederlanders zijn die zijn verschoven. Een sterke beginklemtoon is namelijk een van dé meest uitgesproken kenmerken van het Germaans en zijn afstammelingen.
De “uitzonderlijjke” taalperikelen van België ? In gans Europa lopen taalgrenzen ongelijk met de grenzen van naties, in Zwitserland en België gaat het over grotere bevolkingsgroepen, elders bestaan er sloveenstalige oostenrijkers, italiaanstalige slovenen, deenstalige, kasjoebischtalige duitsers… Ook Noorwegen, Ierland, Litauen , Roemenië enz.. zijn veeltalige landen. Er zijn basken in 2 staten en bovendien hebben de Roma zelfs geen thuisland en zijn het Jiddisch en het Esperanto talen van een intellectuallistische diaspora.
We moeten eens ophouden met “taalproblemen” als een uiting van belgische eigenheid en aanstootsteen van een antiek nationalisme te zien, het is een europese uitdaging, die we op een creatieve wijze zonder onderdrukkng van de “kleintjes” moeten kunnen (en willen !) oplossen.
Taalgrenzen zijn er gekomen bij het invoeren van administratie. Voordien sprak iedereen de taal van de sterksten en de rijksten uit de omgeving. Vorsten en regeringen trokken zich ook niet veel aan van de taal van hun onderdanen, want er werd voortdurend land veroverd en weer verloren.
Pas toen de natiestaten ontstonden moesten de “landgenoten”een officiële taal hanteren. En soms gaat een taal over de landsgrenzen.
En als sommigen een taalgrens willen ontwaren tussen Nederland en Vlaanderen, bedenk dan dat Holland in de 16e eeuw letterlijk gekoloniseerd werd door gegoede Vlamingen die op de loop gingen voor de Spaanse inquisitie. Het rare taaltje dat men uitslaat boven de Moerdijk is dus wellicht een vorm van Vlaams.
@ Roger Verhiest
Het unieke aan de Belgische taalperikelen is dat de Francité in dit land 2 zaken niet aanvaardt :
1.ONe man one vote, uit minorizeringsangst levert een Vlaamse stem minde kamerzetels op dan een Franstalige stem. Bv. in de laatse kamerverkiezing halen MR en SPA elk ong. 600000 stemmen, nmet 18 zetels voor Mr en 12 v oor spa.
2. De franstaligen weigeren het territorialiteitsprincipe dat de bestuurstaal (niet wat je thuis spreekt) op een pacificerend manier regelt, te aanvaarden. Dit zorgt nu al decennialang voor spanningen.
Dat schandaal maakt onze taalperikelen wél uniek, omdat ze een aanfluiting zijn van de democratie.
Het valt op dat in de voorgaande stukken over zeer veel geschreven werd dat niets te maken heeft met politiek taal en taalgrens probleem?Het politiek probleem beperkt zich tot het officieel administrtief taalgebruik tot het taalgebruik in onderwijs, gerecht.Al de rest waar men naar verwijst kan zeer interessant zijn, maar heeft niets met het politiek debat te maken, werkt enigzins verwarrend
neem b v b het dialect probleem? Dat is geen nationaal probleem, maar voor ons een louter Vlaams probleem? Feitelijk o a het gevolg van het feit dat het lang geduurd heeft vooraleer men in Vlaanderen een Vl. degelijk lager en vooral middelbaar en hoger onderwijs heeft gekend? hou daar rekening mee voor ge met de vinger in de verkeerde richting wijst.
En de studie van een tweede taal. Ik heb jaren dit debatmeegemaakt. Had het van mij af gehangen dan was de studie van de tweede nationale taal,én de weerstan d kwam nooit van Vlaamse kant. Goed zo. En sinds werd de studie van de tweede nationale taal een persoonlijke aangelegenheid. Het verwijzen naar de recente immersi aanpak in W veranderd niets aan het feit dat een veel groter % Vlamingen persoonlijk tweetalig is? Maar ook dit heeft niets te maken met het gaande communautair debat
Het huig communautair debat gaat over het respect voor de, sinds 1962 bestaande administratieve gewest- en gemeenschapsgrenzen en over de bevoegdheden die men aan die gewesten en gemeenschappen toekent, Punt. En dit is m i al moeilijk genoeg, zonder allerhande nevenbeschouwingen?
Mijn standpunt: erken en respecteer voor Vlaanderen precies hetzelfde communautair statuut als voor Wallonie, noch min noch meer? Zorg voor een eerlijke tweetaligheid in de gemeenschappelijke Hoofdstad(of niet) van het gemeeenschappelijk Vaderland?
Stop de moeiallerij over de grenzen heen en het debat zal veel constructiever worden?