Weblog William Van Laeken

Dement-vriendelijk

05 / 01 / 2012

Goede voornemens voor 2012? Roken doe ik niet, dus ermee ophouden hoef ik niet. Als ik eens probeerde om dit jaar de dagen wat langer te maken? Wie vroeg opstaat zou gelukkiger en gezonder zijn dan wie lang in bed ligt. Vroege vogels zouden minder vatbaar zijn voor stress en depressie. Dat blijkt uit een onderzoek van de Londense Roehampton University. Interessant dat ik dit soort krantenberichtjes meer aandacht geef dan vroeger. Dat heeft te maken, denk ik, met ouder worden.

De Sint op bezoek

Ik was onlangs weer in het rusthuis, een bejaarde tante bezoeken. Op de eerste verdieping wonen de “minder fitte” oudjes, zal ik ze maar eufemistisch noemen. In het beste geval beginnend dementerend, sommigen al verder weg. Ik rijd tante in haar rolstoel naar beneden. Je moet een cijfercode intikken om de lift te bestellen, want er moest eens een bewoonster op het idee komen op eigen houtje naar beneden te willen gaan. Uit de cafetaria klinkt jolijt, het Sinterklaasfeest is aan de gang. Sommige bejaarden worden vanop het podium door de goedheiligman vermanend toegesproken: ‘Marieke, waarom zijt gij gestopt met naar de fitness te komen?”, dat soort vragen.

Dan volgt een potpourri, de Sint maakt een gebaar om mee te zingen. “En van je hela, hola, hou er de moed maar in…”, gevolgd door “Over 25 jaar … nog steeds beminnen … grijs haar … jong van binnen”. Ik betrap er me op dat mijn lippen meebewegen, ik ken mijn klassiekers. Een vrouw – ik vind ze opvallend jong voor dit gezelschap – komt informeren of het klopt dat ik voor de televisie werk. Werkté, leg ik haar uit. Jij ziet er nog kwiek uit, zeg ik, op een toon van “jij hoort hier toch nog niet te zijn?”. Ze is 73, dus maar zes jaar ouder dan ik. “Ik ben hier goed”, zegt ze, “en ik wou de anderen niet tot last zijn”. Terug op de eerste verdieping rol ik tante naar de tafel waar ze met enkele andere hoogbejaarden voor zich uit zal zitten staren tot het avondeten wordt opgediend.

Hersenschimmen

In België ligt het aantal dementen bij 65-plussers al rond 10 procent. Met de vergrijzing zal hun aantal de komende decennia wellicht nog fors toenemen. Minister Vandeurzen vraagt daarom in zijn Dementieplan 2010-2014 om een ‘dement-vriendelijke’ samenleving. (Doet me denken – sorry – aan die toeristenfolder die ik in Rome zag waarin de stad zich aanprijst als ‘a pet friendly city’.)
Praten, schrijven, films maken over dementie lijkt in te zijn. Geen bezwaar. Mortier z’n “Gestameld liedboek”, een dagboekachtige kroniek over de aftakeling van zijn moeder, heeft me aangegrepen. Mijn oer-boek over dementie, de roman “Hersenschimmen” van Bernlef uit 1984, greep me nog meer aan. Waarschijnlijk doordat Bernlef de nadruk legde op het trage, sluipende, vileine karakter van de ziekte. Dat kon bij Mortier niet, want bij zijn moeder is het razendsnel gegaan.

Fotogeniek

Afgelopen jaar zag ik op Canvas twee prachtige documentaires over (beginnende) dementie. In “Bicycle, Spoon, Apple” volgt de maker, de Catalaan Carles Bosch, een jaar lang Pasqual Maragall, gewezen burgemeester van Barcelona en premier van Catalonië, bij wie de eerste dementieverschijnselen zijn vastgesteld. Hij begint een kruistocht tegen de ziekte, een stichting zal geld inzamelen voor onderzoek naar Alzheimer. “Wat voor film wil je zien”, vraagt de maker bij het begin van de opnames. Maragall: “Het moet iets leuks worden, verdomme. Ik ben het beu dat iedereen alleen maar medelijden heeft met ons, de stakkers.” Het heet dat fictie (Bernlef) soms de realiteit overtreft, maar hier niet: maand na maand zien we hoe de ziekte tergend traag dichterbij sluipt. Maragall revolteert tegen wat hij als overbescherming aanvoelt door zijn vrouw en kinderen, zoals wanneer ze, goedbedoeld, zijn autosleutels verstoppen. Hij voert een dubbel gevecht, tegen de ziekte, en tegen zijn omgeving. Want “als iedereen denkt dat je zielig bent, dan word je ook zielig”.

De tweede documentaire, bij de zendgemachtigde Lichtpunt, eveneens op Canvas, heet “Verdwaald in het geheugenpaleis”. Als er een wedstrijd is voor de mooiste documentaire filmtitel, dan is dit is een serieuze kanshebber. De maakster, Klara van Es, volgt een aantal vrouwen in een zorgcentrum in Essen, drie jaar lang kwam ze elke week een dag langs. Ze zitten in de eerste fase van dementie, ze wisselen vlagen van vergeten en verwarring af met helderheid van geest, een beetje zoals de tante van mij. Naarmate de tijd vordert verhuizen verscheidene vrouwen naar de ‘zwaardere’ afdeling, ‘de poort voor de dood’, noemt Van Es dat. Het is elke keer een ontroerend afscheid van de medebewoners van de ‘lichte’ afdeling. Na het zien van die twee films weet ik: dementie, of althans beginnende dementie, is fascinerend en, jawel, fotogeniek.

Labelen

Tegen Erwin Mortier zeiden ze in het ziekenhuis: “Uw moeder zit nu in categorie C/D”. Dat blijkt te staan voor ‘continu zorgbehoevend plus dement’. Ze plakken een label op je, dat is niet sympathiek maar het kan niet anders. Mijn tante, daar in dat rusthuis, is nog geen C/D. Maar rondom haar, op de afdeling, zie ik oudjes die leeg en afwezig uit hun ogen kijken. Hoeveel C/D zijn ze al? Toen Mortiers boek uitkwam zei hij in een interview: ”Ik zou graag een bom werpen op zowat alle bejaardentehuizen in het land”. Als ik rondkijk denk ik, dat is er een beetje over, maar tegelijk, hopelijk kom ik hier nooit terecht. “Vergeet niet terug te komen”, zegt mijn tante als ik wegga. Bij de lift moet ik opnieuw vragen om de cijfercode. Die vergeetachtigheid, daar tob ik soms over. Ik las in de krant dat ‘vroeg-detectie bij dementie’ in Vlaanderen nog in de kinderschoenen staat. Waarom er alvast niet aan beginnen bij mezelf?

16 Antwoorden op “Dement-vriendelijk”

  1. rudy paredis :

    Er zijn veel verschillende vormen van Alzheimer. Je krijgt de diagnose nu ook veel makkelijker dan vroeger omdat
    er dure medicatie voor bestaat die misschien wat helpt. Een beetje hetzelfde verhaal als Rilatine en ADHD.
    Als het lichaam verslijt is het toch normaal dat het hoofd dit ook doet. Er zijn uitzonderingen. Bekijken we het allemaal niet een
    beetje teveel door onze eigen bril en zien we dan ons eigen verdriet? Zijn die bejaarden in het tehuis ongelukkig ? De meesten alvast
    niet door de goede zorgen van het personeel en het bezoek dat ze graag krijgen. Waarom een bom werpen?
    Ik zou zelfs durven stellen dat voor sommige bejaarden Alzheimer het einde wat draaglijker maakt omdat het bewustzijn vermindert.
    Met je volle verstand op je dood wachten lijkt mij ook niet zo prettig. Liever een oud sinterklaasliedje meezingen en dikwijls verrast
    zijn door kleine dingen die je vergeten was. Het neemt niet weg dat er ook bij Alzheimer zeer pijnlijke fases zijn van ontreddering
    en dat naar het einde toe de samenwerking tussen familie en alle personeel heel belangrijk is.

  2. Als vrederechter kwam ik vooral sinds de wet van 1991 wel iedere week ergens (thuis, ziekenhuis, rusthuis, urgentiedienst) voor een niet meer heldere bejaarde te staan. Op de duur hoop je dat zij een àndere helderheid hebben. Dat hoop ik vooral sinds de zomer van palliatieve zorgen aan mijn schoonvader: mijn bureau hadden we ingericht als hospitaalkamer, en hij is er ook overleden. Alzheimer.
    Zoals in het gedicht van Marnix Gijsen over z’n vader, die z’n horloge afgeeft aan zijn zoon: hij heeft “afstand van daad en tijd gedaan”.
    In het boek dat ik nu deels in diezelfde kamer schrijf, breng ik enkel juridische begeleiding. Net zoals het pensioendebat de financiële pleisters op de wonde verdunt – of hopelijk beter concentreert. Maar de samenleving van onze kinderen zal er aan hun 60 – mijn leeftijd nu – totaal anders uitzien voor hùn bejaarden. Ik hoop dat we hen – en hùn kinderen – helpen de toon te zetten voor respect, verantwoordelijkheid, en helderheid in het debat, om veel van ons aller levenskwaliteit voor iedereen betaalbaar te houden. De sterkste schouders zullen de moeilijkste brancards moeten dragen.

  3. Rita :

    Mijn grootmoeder was kinds zegde men toen. Na haar dood werd men seniel, en nu heet het dement worden of Alzheimer hebben. Dementie is een rode draad in mijn leven. Mijn zus is 73 jaar en is vergeetachtig. Ik heb haar net gebeld. Ik zei : ‘dag zus, jouw klein zusje aan de lijn, dat is weer lang geleden hé’. Het was ook zo en ik schaamde me er voor. ‘Weet je’ zegt ze ‘ ik ben wat vergeetachtig geworden en ik weet zo’n dingen niet meer’. We hadden een prettig telefoongesprek, zelfs vrolijk, lachen om vergeten dingen zoals een gebroken teen die zo ooit had. ‘Tot gauw’ zei ik nog. Ze antwoordde ‘doe maar rustig aan, het geeft niet, ik ben wat vergeetachtig geworden’. Dan ga ik huilen, niet van verdriet of machteloosheid, maar van een erg warm gevoel van binnen. Mijn zus praat ook vaak over onze moeder. Zij was eerst vergeetachtig en dan dementeerde ze, ouderdomsdementie. Haar broers en haar jongste zus, mijn meter, zullen haar volgen in een zelfde eindfase. Nu is het de beurt aan mijn zus. Toch kan ik er niet verdrietig om worden. De kans is groot dat ik een zelfde proces zal meemaken. Het hoeft niet, maar ik hou er rekening mee. Ik word er helemaal niet triestig van. Elk leven heeft een einde. Ik heb ouderdomsdementie leren kennen. In mijn omgeving had niemand medelijden, hoeft ook niet, wel was er angst om het zelf mee te moeten maken, iedereen vond het toch zo erg, geen besef meer hebben van je leven. Ik heb heel veel met mijn moeder gebabbeld tijdens haar dementie, ook met mijn ooms, en met mijn meter. Allemaal zeer mooie gesprekken. Het is zoals Rudy Paredis schrijft ‘dementie wordt door eigen bril bekeken’. Om verder te gaan met Rudy’s woorden ‘Alzheimer maakte het leven van mijn moeder draaglijker’. Een leven lang had mijn moeder angst van alles wat met dood te maken had. Tot zelfmoordpogingen toe, om een einde te maken aan die angst. Als ik op bezoek was bij mijn moeder in het verzorgingstehuis, vroeg ze op tijd en stond om terug naar huis te gaan. Dat was wel zo, ze miste iets. Ik vroeg dan of ze zich nog herinnerde dat ze daar bang was, angstig. Telkens antwoordde ze : ‘Bang? Nooit geweest!’ Aan mijn broers en zus, ook aan haar dokter, heb ik altijd gezegd dat ik mijn moeder tijdens haar dementie het meest rustig heb geweten. Een zekere innerlijke rust. Ik ben tevreden met het verhaal van William Van Laeken. Het doet een mens goed en het gaat – als er meer over deze kant van dementie geschreven kan worden – een genuanceerde kijk op de aandoening geven. Ik ben vaak boos geworden over wat mensen vertellen, over zoveel onzin en vooral over eigen angsten die in het verhaal verborgen zitten. Ik heb nog nooit spontaan een eerste gesprek met iemand over dementie gehad in een genuanceerde positieve stijl. Ik zal de mensen blijven vertellen zoals Rudy het vertelt. Ik vertel ook veel leuke verhalen, ontwapenend en met humor. Er is nog veel werk aan de winkel om mensen anders te leren omgaan met dementie. Ik ga de ziekte niet ophemelen, dat niet, heel aards blijven, maar nuchter, zonder angsten. Ik kan nog veel meer vertellen, maar ik hoop dat de essentie van William’s, Rudy’s en mijn verhaal overkomt en mensen tot bezinning aanzet.

  4. Staf Van Hove :

    Dag William,

    Het meer en meer vergeten van dingen behoort nu eenmaal tot het ouder worden. Indien dit binnen de perken blijft, is dat nog te doen. Maar dementeren of het lijden van Alzheimer moet verschrikkelijk zijn en zeker voor de familie en vrienden en zelfs voor andere oude mensen die in de dezelfde ruimte in een home zijn ondergebracht als de psychisch zieken.
    Vanmiddag nog heb een eenzame vrouw van Oekraïnse afkomst bezocht, die tussen dementerende oudjes de laatste rit aflegt.
    ( zij heeft enkele jaren terug boek ,” Gedreven om te overleven” ,geschreven dat te verkrijgen is bij het gemeentebestuur van Waasmunster – trouwens een aanrader) Het moet voor haar verschrikkelijk zijn, alsook is het voor mij een triestige bedoening.
    Persoonlijk vergeet ik direct de dingen die pas gebeurd zijn. Uit mijn jeugd en situaties uit die tijd, komen nog helder in mijn geest.
    Hoewel ik niet angstig ben, toch heb ik reeds nagedacht over die evolutie en maatregelen genomen opdat ik niet verder als een onwetende plant zou verder leven.

  5. Wanneer een mens weet dat het niet beter zal worden, wanneer het leven een lijdensweg geworden; dan moet een mens een recht hebben op euthanasie. Sommige aandoeningen zijn te schrijnend en de behandelingen verbeteren het lot van die mens niet. Er moet zeker een recht zijn op zorg, maar ook een recht op euthanasie en dat moet de betrokkene zelf kunnen bepalen, niet de arts. Tot dusver is er geen 0800-nummer voor mensen die zelf beslist hebben dat hun leven moet beëindigd worden; dat is een schande, want de medicijnen bestaan om een mens pijnloos en vooral efficiënt te laten inslapen. Menig man of vrouw met een ongeneeslijke aandoening wordt vandaag niet alleen blootgesteld aan een lijdensweg maar vooral aan het beeld van een onmenselijke dood wanneer de maatschappij ipv van de ongnesslijk zieke beslist dat men moet blijven leven. Bart De Wever en zijn extreem-liberale NVA wil besparen in de zorg, maar de zorg is ook een bedrijf waar artsen en hosptalen en farmaceutische bedrijven grote winsten boeken op de rug van de lijdende mens -dit misbruik moet stoppen en de katholieke moraal kan wat het levenseinde betreft “negationisme” verweten worden.

    De continuïteit van het recht op zorg is het recht op euthanasie.

    (Herinneren wij ons de schandalige kritiek van Daneels van Van Rompuy op het levenseinde van Claus)

  6. karl :

    Ook een aanrader: Tulpen in November, van Pierre Mertens (de kunstenaar, niet de historicus). Hij beschrijft daarin, naast zijn eigen verdriet, de samenwerking met een dementerende dame en de echtgenoot die thuis voor haar zorgde. Een dun boekje, dat een verpletterende indruk maakte.

  7. William van Laeken :

    Beste mensen hierboven,

    Het doet heel erg goed jullie reacties te lezen. En ze zijn buitengewoon leerrijk. Wat kan ik daar meer over zeggen? Bedankt.

    William van Laeken

  8. Staf Van Hove :

    Mijn huisdokters hebben mij dokumenten bezorgd, die als laatste wilsuitdrukking kunnen worden beschouwd. Het is als het ware een testament. Ze verschillen met de dokumenten die op de gemeentelijke – of stedelijke administratie verkrijgbaar zijn.
    In mijn geval is het besproken met de kinderen – die akkoord gingen maar niet wensten te ondertekenen – Dat hebben mijn twee huisdokters gedaan. Het is maar goed dat er niet lichtzinnig met euthanisie mag omgesprongen worden, maar volwassenen moeten de situatie kunnen inschatten en zich kunnen neerleggen bij de vraag van de betrokkene.

  9. Lens Hugo :

    Hersenschimmen?
    10 pct van de 65 plussers dement ?
    Dat zien we in de politiek..
    maar werken tot 65 met het risico op dementie en de gevaren dat zich meebrengt met nog langer werken is te verwaarlozen niet?

  10. Francis :

    Als ervaringsdeskndige wil ik toch ook even wat kwijt:
    Ik ben enig kind van een dementerende moeder in het rusthuis.
    Aangezien mijn moeder een overlevingspeensioen heeft, kan ik alleen opdraaien voor extra kosten.
    In een gezin met 2 opgroeiende/studerende kinderen ( en 1 vraagt echt veel aancdacht en zorg) valt dit al heel zwaar.
    ook van familie en kennissen geniet mijn moeder weinig, eigenlijk geen aandacht.
    Zo kan ik naast een drukke baan ( elke weekdag van 7u tot 20h00 onderweg ) indien mogelijk nog wat tijd vrijmaken voor mijn moeder. Veel te weinig eigenlijk. De mooie momenten en herinneringen zoals hierboven beschreven gaan soms aan mij voorbij.
    Fysiek is mijn moeder van 80 nog OK.
    Maar mijn grootste probleem is dat ik naast de financiele en morele problemen nog veel meer te kampen heb met vooroordelen,
    en dan nog van mensen waarvan je het niet verwacht.
    De huisdokter die mijn moeder jaren heeft gekend, en bij wie ik als kind aan huis kwam, die beweert dat ik mijn moeder in het rusthuis heb gedumpt ( zogezegd beïnvloed door mijn vrouw ).
    Dit doet me dus echt pijn. De huisdokter had trouwens zelf mogen de opflakkerende dementie opmerken, in plaats van de verhalen die mijn moeder vertelde te geloven!
    Mijn vrouw (als apotheker) is een van de eersten die het probleem van dementie bespreekbaar heeft gemaakt. En zij heeft er voor gezorgd dat ik tijdig eerst alle administratie van mijn moeder overnam, een woning heb bezorgd, en nadien een plaats in het rusthuis heb geregeld.
    Dan ga ik de familie rond om die beslissing te motiveren, en krijg ik daar weer problemen. Gaan ze 1 keer mijn moeder bezoeken in het rusthuis, en dan gaan ze weer bij mijn vrouw (in de apotheek) vertellen dat ze er toch nog niet zo erg aan toe is.

    Maw. Dementie is nog verre van aanvaard in de maatschappij, en velen begrijpen de beslissingen niet waartoe je soms
    in de huidige maatschappij wordt gedwongen.
    Wees maar gerust dat ik graag meer tijd met mijn moeder zou willen doorbrengen, en dat ik ze zelfs thuis zou opvangen indien hier een mogelijkheid toe was!

  11. Beste bloggers, beste William,

    Ik werkte een aantal jaren voor de farmacie, Janssen Farmaceutica/Johnson & Johnson, oa. voor congressen van het Janssen medicijn Risperdal/Risperidone – de marktleider in de medicatie tegen dementie en Alzheimer.

    Nu ben ik al een paar jaar gastlector aan diverse hogescholen waar ik oa. ‘communicatie met patiënten en bewoners van woonzorgcentra’ doceer.

    En ik moet vaststellen; ‘de man en vrouw in de straat’ weet over wat hem/haar te wachten als ie ouder wordt eigenlijk bijna niets. Veel mensen hebben geen of een totaal fout beeld van hoe het er in zorgbedrijven vaak aan toe gaat. Tenminste, men weet het niet zolang men er via ouders of familie niet mee geconfronteerd wordt. De toestand is lang niet altijd en overal zoals we ons die voorstellen. We weten wel dat er te weinig verpleegkundigen zijn. We weten wel dat mensen steeds ouder worden. We weten wel … Maar eigenlijk heeft haast niemand een idee hoe zich die toestand vertaalt naar de werkelijkheid. Opstaan wanneer u dat wens, eten wanneer u honger heeft of naar het toilet gaan als u moet (maar u heeft er hulp bij nodig) … Het lijkt zo vanzelfsprekend en het is het absoluut niet. En dat ligt zeker niet aan de inzet van de mensen op de werkvloer. Ik geen les aan zorg- en verpleegkundigen en ze zijn ondanks waanzinnige werkdruk, gebrek aan personeel, aan middelen, stress, … elke dag bereid om te blijven werken, ik zeg bewust ‘vechten’ voor hun bewoners. Ze kunnen niet genoeg respect krijgen. Met name niet van hun directies. En toch … de zorgsector kreunt maar de ouderenzorg veruit het meest.

    Er zijn veel redenen te bedenken waarom dingen niet zijn zoals we zouden hopen dat ze zouden moeten zijn. En niettegenstaande er veel patiëntenverenigingen zijn en veel goed werk geleverd wordt, …
    … een brede sensibilisering en bewustmaking van ‘hoe zwak we staan tegenover de gezondheidszorg’ blijft uit. En misschien zijn we met z’n allen niet mondig genoeg om tot meer structurele inspanningen te komen in dit oh zo noodzakelijke deel van onze gezondheidszorg.

    En dan hoor ik Marc Justaert, topfunctionaris van de CM op 30 november 2011op radio één als ‘expert’ hardop verkondigen (ter verduidelijking waarom de besparingen in de gezondheidszorg toch niet zo hard zullen gevoeld worden) dat het verminderen van de groeinorm van 4.5% niet zo erg is, want dat ze die toch niet echt nodig hadden … . (Interview nog te beluisteren via het ‘De Redactie’ archief. Zoek op datum 30 november en zoekterm ‘besparingen gezondheidszorg’)

    Er zijn inderdaad heel wat takken van de gezondheidszorg waar matigheid en drastische afslanking in middelen, onderzoeken en erelonen nergens tot armoede zouden lijden. Maar aan de basis is er in ieder geval geen overschot. Er zijn schrijnend veel mensen en middelen tekort. 100.000 verpleegkundigen zullen er de komende 10 jaar TEKORT zijn. En wat dat inhoudt voor u en mij als we straks oud zijn (of voor hen die het vandaag al zijn) daar wordt over veel te weinig over gezegd. Of men toont in man bijt hond afgelopen week een vrolijk item over een paar woonzorgcentrum bewoners waar het toch allemaal zo goed loopt. En ja, er zijn best een aantal plaatsen waar de opvang goed is. Maar het zijn uitzonderingen.

  12. Jean Pauly :

    Fijn geschreven artikel dat me terug aan het mijmeren gezet over de tijd (en periode) dat mijn schoonma werd opgenomen.

    Sedertien heb ik een afkeer, is misschien wel een zwaar beladen woord, van dergelijke rustoorden gekregen. Enerzijds zie je de mensen wegkwijnen en afdalen naar een wereld van wezenloos gestaar; anderzijds ervaar je de reactie(s) van vreugde over het bezoek dat zij krijgen, al weten ze soms niet van wie. De aanwezigheid in de gelijkvloerse cafetaria, na inderdaad gebruik van de “gecodeerde” lift, was als een welgekome afwisseling voor het verblijf, zo lijkt het mij ten minste, in een niet attractieve omgeving op haar afdeling. Wanneer echter ook dit besef nog versneld afneemt en wegsterft, gecombineerd met een heupbreuk na een ongelukkige val, weet je dat de laatste tocht naar de overkant is aangevat.
    Ik ben wellicht vooringenomen omdat ik de problematiek van de bewoners, zij worden inderdaad bewoners genoemd, met mijn actuele rationele denken beoordeel en niet (meer) kan doordringen in de leefwereld van de persoon voor mij. Ik besef ook dat dergelijke opvangstmogelijkheden er moeten zijn en prijs mij nog steeds gelukkig dat wij schoonma daar omzeggens dagelijks hebben bezocht.

    In stilte hoop ik van ganser harte dat ik daar nooit zal geraken.

  13. rudy paredis :

    Beste William,
    Bedankt voor uw vriendelijke woorden van appreciatie al vind ik dat er ook in deze blog soms weeral wat te ” te kort door de bocht” gegaan wordt.
    Ik zou vooral “geladen” woorden als euthanasie vermijden daar deze naar een persoonlijke levensbeschouwing verwijzen en de dementerende niet helpen. Dood gaan krijgt dan bijna een politiek kleurtje. Wat de ene euthanasie noemt en de andere palliatieve komt in praktijk – gelukkig voor de dan onmondige patient – bijna op hetzelfde neer. Zorgverleners proberen zo goed mogelijk te helpen, zijn er voor opgeleid en hebben ervaring. Ik heb er vertrouwen in zolang geen onervaren verwanten met straffe en ongenuanceerde uitspraken verwarring komen zaaien en de sereniteit bederven.
    PS. Dat probleem met die code aan de uitgang heb ik soms ook maar zolang de verpleegster u die wil geven is het geen probleem
    en als ze de code niet meer kan geven is ze echt de kluts kwijt. Hopelijk wordt ze beter…

  14. rob :

    bedankt iedereen zodat ik mij alvast op mijn oude dag kan voorbereiden . respect is er inderdaad nog weinig voor hoe hard we gewerkt hebben om dit land zover te krijgen en ze ons nu blijkbaar vergeten zijn …

  15. Gert Vaes :

    Mooie reacties, zelf ben ik zowel professioneel (diensthoofd woonzorgcentrum) als persoonlijk (vader overleden aan dementie en moeder nog thuiswonend met dementie) ervaringsdeskundige … als professioneel vecht ik om het imago van de woonzorgcentra op te krikken en zijn er gelukkig ook veel prachtige voorbeelden en dit zowel in de katholieke, commerciële als openbare sector… persoonlijk wat mijn moeder betreft woont ze in een fantastisch dementvriendelijke straat en gemeente … het idee dat ze verdwaalt kan geraken neem ik er bij, in ha

  16. Gert Vaes :

    (vervolg) in haar beleving is er niets aan de hand…
    De waardering voor verzorgend en verplegend personeel in de woonzorgcentra is ondermaats … de toekomst oogt weinig rooskleurig … er ligt een wetsontwerp klaar bij minister Onkelinx om ervaring in woonzorgcentra te laten meetellen voor het behalen van beroepstitels voor verpleegkundigen maar het is crisis en besparingen alom … ik verneem dat Onkelinx het verwijderen van pipimplantaten wil laten terugbetalen … wie zal deze zorg uitvoeren? Jawel verpleegkundigen!

Plaats een antwoord op het bericht